Een ander perspectief

Vanochtend sprak ik Tjitske. We spraken over de betekenis van het coronavirus voor Nederland en de wereld. We zijn stilgezet. Als mens. We zitten min of meer gevangen in ons eigen huis, onze eigen stad, ons eigen land. Reizen naar het buitenland wordt sterk ontraden door Buitenlandse zaken. En vele landen waaronder België en Frankrijk hebben inmiddels een totale lockdown. Hoop dat het niet zover komt voor Nederland. De vraag wat het coronavirus nou eigenlijk betekent voor mij en dit land heb ik vanochtend in mijn meditatie bij Jezus neergelegd. 

Het antwoord was een beeld dat ik kreeg: 2 pakken vloeibaar wasmiddel. De vraag is dan natuurlijk wat de betekenisgeving van zo’n beeld is. En eigenlijk laat die zich vrij makkelijk raden. Wasmiddel maakt schoon. Wasmiddel reinigt. Wasmiddel zorgt ervoor dat je vuile was geen vlekken meer heeft en fris ruikt. Dit virus reinigt de wereld. Klinkt wat vreemd, want we raken massaal geïnfecteerd. En toch denk ik dat dit virus ons als mensheid met beide benen op de grond zet. Ineens zijn de dingen waar we ons de afgelopen tijd druk om maakten niet belangrijk meer. Althans ze lijken niet belangrijk meer. We worden als mensheid met de neus op de feiten gedrukt.  We worden volledig in de war gebracht door een virus, een vijand, die we niet eens kunnen zien. We verkeren in een oorlogssituatie zonder bommen en tanks. Ongekend. Ons hele economische huis stort als een kaartenhuis in elkaar. En ineens realiseren we weer wat écht belangrijk is: onze gezondheid. En we realiseren ons dat we allen door het virus getroffen kunnen worden, heel ziek kunnen worden, en zelfs dood kunnen gaan. We denken dat we het allemaal goed voor elkaar hebben, maar zo’n minuscuul virusje gooit al onze zekerheden omver. Tijd voor bekering. Tijd om ons te richten op God. Tijd om ons te realiseren dat we zo afhankelijk zijn van onze Schepper en Zijn Schepping. 

Wat ga ik dan doen met dit beeld en de betekenis die ik eraan heb gegeven? 

De dingen doen die God van me vraagt: me op hem richten. Ik ga hem meer dan voorheen zoeken. Met hem in het reine komen. Want inmiddels ben ik daar wel achter gekomen: ik kan het niet zonder hem. Je kunt maatschappelijk hoog stijgen, maar ook diep vallen. Dat heb ik met mijn burn-out aan den lijve mogen ondervinden. Nu ik mijn leven opnieuw mag gaan opbouwen komt dit coronavirus om de hoek, dat zet alles weer in een ander perspectief. Niet alleen ik, maar iedereen wordt op een hele harde manier met beide benen terug op de grond gezet. Vanochtend zei ik tegen mijn vrouw: “Ergens voelt het wel goed, dat ik nu het idee heb niet meer alléén te worden gereset. Iedereen wordt gereset”. We zullen straks allemaal weer opnieuw moeten beginnen. Ik, mijn vrienden, mijn buren, mijn collega’s. Deze crisis is levens veranderend. De grote vraag is, gaan we ervan leren? Gaan we, ga ik, straks weer terug in mijn oude gedrag? Of durf ik me op een andere manier op te stellen in het leven? Op te stellen tegenover God? Ga ik het weer alleen doen? Of ga ik het nu samen met hem doen? En hoe dan? Wat is daarvoor nodig? 

Een van de dingen die ik in de afgelopen maanden veel meer ben gaan doen is meditatie. Vorig jaar heb ik bij Tjitske een cursus Christelijke Meditatie gevolgd. Ik heb daar de beginselen geleerd van het mediteren. De rust vinden, de kunst van het in jezelf keren. De kunst om te luisteren naar wat er in je ziel en geest gebeurt. Ik heb leren luisteren naar de zachte stem van God. En soms hoor ik hem nu dus. 

In het begin ging dat haperend en met horten en stoten. Soms gebeurde er niets. Soms ervoer ik een diepe en intense rust. Soms leidde het tot beelden of woorden van wijsheid. Langzamerhand ging ik ervaren dat mediteren een manier is om God te zoeken en te vinden. 

De drijvende tekst in mijn zoektocht is de tekst uit Jakobus 4:8; “Ga naar God toe, dan zal Hij naar jou toe komen”.

Wat ik mooi vind om hier nog te noemen is dat ik langzamerhand een gewoonte van bidden in de binnenkamer ben gaan ontwikkelen. Ik heb op onze studeerkamer een mediteerhoekje ingericht. Kleedje, krukje, kaarsje, kruisje. Een bijbel en een schrift om mijn ervaringen en gedachten in te noteren. Ik probeer daar in ieder geval een paar keer per week een half uurtje te zitten zodat ik kan mediteren en de bijbel kan lezen. Vaak wordt dat uiteindelijk wel 1,5 uur. Het begon met stil zitten en stil zijn. Tot rust komen. Daarna kwam er Bijbellezen en gewoon gebed bij. Inclusief een gebedslijst. De laatste stap die ik heb gemaakt is dat ik nu durf om in tongentaal te bidden voor, na of tijdens de meditatie. Een bijzondere ervaring. Ik wist dat ik in tongentaal kon bidden omdat ik dat jaren geleden een keer heb gedaan op de New Wine zomerconferentie. Dus ik wist dat ik de gave had. Maar ik durfde het daarna nooit meer te doen omdat het nogal vreemd is. Een vreemde taal brabbelen, waar geen touw aan vast te knopen is. Zo voelde het voor mij. En zo klonk het ook. 

Die schroom kon ik overwinnen door mezelf op te sluiten in mijn studeer / mediteerkamer. Ik creëerde mijn eigen Secret Place. Mijn eigen binnenkamer. Zoals ook Daniel in zijn binnenkamer bad. In die binnenkamer kan niemand me zien, niemand me horen. Alleen God. Dus daar kan ik proberen of het nog kan. Hier voel ik me veilig. 

En zowaar; na een wat stamelend begin begonnen de klanken steeds vloeiender uit mijn keel te komen. Het is net alsof zich een ruimte in je hart opent. Uit die ruimte stromen onuitsprekelijke klanken. En toch komen ze vloeiend voort uit mijn mond. Als ik probeer om de klanken op een later moment te reproduceren lukt me dat voor geen meter. Je moet er dus echt ruimte voor maken. De klanken gaan tijdens het gebed soms vergezeld van diepe zuchten. 

Romeinen 8:26 vertelt daar letterlijk over: “En omdat we maar zwakke mensen zijn, helpt Gods Geest ons. Want we weten zelf niet goed wat en hoe we moeten bidden. Maar de Geest bidt Zelf voor ons met zuchten die niet in woorden zijn uit te spreken. 27 En God, die weet wat er in het diepst van ons hart is, weet wat de Geest wil. Want wat de Geest voor de gelovigen bidt, is volgens de wil van God”.

Deze tekst heeft na de eerste ervaring van het bidden in tongentaal een andere betekenis gekregen. Ik snap nu wat Paulus bedoelde. 

Ik kan nog steeds niet bevatten wat er precies gebeurt, maar dit bidden geeft ruimte in mijn hart en in mijn ziel. In de dagen erna merk ik dat er dingen anders gaan. Dat er antwoorden op mijn gebeden ontstaan. En het bijzondere is; ik heb geen idee wat ik heb gebeden. Dat weet alleen de Geest. Maar ik weet wel dat de Geest bidt wat de wil van God is. En als er iemand is die weet wat goed voor me is, is het God wel. En het mooie is dat tongentaal een gesprek is tussen mij en God. In een taal die alleen ik en God spreken.  En het is een taal die de duivel niet verstaat heb ik me laten vertellen. Het is de meest directe vorm van communicatie met God. Waarbij je je volledig in de handen van de Heer overgeeft. Hij weet wat goed voor je is. Hij geeft de Geest die voor jou en door jou bidt. Het resultaat is diepe rust en een diepe overtuiging dat God bij je is en voor je zorgt. 

Een mooi resultaat om te kunnen benoemen in deze zoektocht. To be continued. 

Dit is een gastblog van Aldrik Dijkstra. Hij is betrokken bij het CSC als bestuurslid van de Stichting City of Life. Hij werkte tot een jaar geleden in het openbaar bestuur. Sinds januari 2019 is hij geveld door een burn-out en is daar langzaam van aan het herstellen.